Woorden (inleiding)

Ontoereikend blijven woorden, ze kunnen beperkt uitdrukking geven aan denken over zintuigbeleving.
Woorden verwijzen als abstracties naar die
directe belevingen, maar zijn die op zich niet.
In de gedichten wordt intuïtief naar eenvoudige
nieuwe woordsamenvoegingen gezocht, zonder interpunctie, gelezen als een vloeiende stroom.
De intentie om betekennissen te geven aan woorden hangt samen met de taalafspraken, interpretatie en gevoelskleuring van een interne of externe ervaring.
Afhankelijk van het individuele inzicht, dat taal
uitzicht bied, is het woord niet het ding en andersom.

Transcendent Bewust-zijn, het zelfbelichtend ken-principe, is de onkenbare Werkelijkheid, dat wat werkt als Levenskracht, uit het verborgene naar het gekende.
Het ik-ben-principe is de spil waaromheen de menselijke persoonlijkheid verlangend draait.
Het persoonlijke individu, is zichzelf spelenderwijs bewust geworden de toestanden nu te beleven van:
slapend, dromend en wakend als werkelijkheden.

De wereld zien en beleven als dualiteit of een non-duale
verbinding beseffen met je Zelf-sfeer, heft de scheiding op van de interne sfeer en externe wereld als het niet-twee van advaita. In die harmonie van eenheid opzien in stil ontzag van schouwende verwondering, wat het vrije spankelende levenslicht aan vreugde schenkt als; 'Dit non-duale woord en beeldloze overvloeiende Ene'.

Portretschilderkunst Biografie weglaten Gedichten recent werk Kubussen Portretfase Advaita inspiratie diversen collages honden mensen bloemen aanspanning jachttaferelen KWPN hengsten