Als een grondeloze rots
Interview met Harry van Zomeren
door Patricia van Bosse
Voor zijn atelier in Ermelo komt Harry me tegemoet.
Daar aangekomen zien we voor de ramen de schilderijen
die daar zijn uitgestald. Binnen laat hij me zien wat hij
net heeft gemaakt, een symbolische voorstelling waar
het woord NU centraal in voorkomt. Aan de muur hangen
schilderijen van paarden, die hij vaak in opdracht maakt,
verder zijn er lotussen, landschappen. Er is een schijfhoekje
waar Harry dicht en schrijft, daar hangt een prachtig
portret van Ramana Maharishi. Harry praat graag over
de openheid en over hoe hij het leven ervaart. In ieder
gesprek duiken al gauw begrippen op als standpunt,
het neutrale midden, de eenvoud. Maar bovendien heeft
hij zoals hij op een bepaald moment zegt 'een speelse
geest, zo oprekbaar, elastiek is er stug bij'. En inderdaad,
op een onnavolgbare, vloeiende manier leiden de begrippen
en beelden weer tot andere onverwachte invalshoeken,
die zich in een wijds samenhangend geheel vervlechten
en tenslotte oplossen, vaak in een schaterlach, soms in stilte.
In dit gesprek vertelt Harry over zijn kennismaking met
Advaita, het 'nachtelijk gesleutel' waarna hij als een ander
mens ontwaakte en over zijn inzichten en ervaringen nu.
Als we spreken over standpunten en perspectieven,
illustreert Harry dat aan de hand van een schilderij,
een aaneenschakeling van panelen die een doorlopende
voorstelling geven van wel vijf meter, met op de
voorgrond een duinlandschap en daarachter de zee.
Voor dit schilderij - het zou wel Schiermonnikoog
kunnen zijn - ben ik op een duin geklommen, en van
daaruit bekijk ik de zee. Dat geeft overzicht, er is veel
water te zien. Als ik op gelijke ooghoogte als de zee
zou staan, verkleint de zee zich en kijk je alleen tegen
de eerste golf aan. Het standpunt waar je staat bepaalt
de diepte. Als je helemaal tegen de duinen aan gaat staan,
zie je het gras in detail. Van verderaf zie je dat het een
heuvel is. Dan zie je die ruimte die het als landschap zo
aantrekkelijk maakt, de wind die erover waait, de lucht
als een grote koepel waarin je ervaring zich kan uitbreiden.
Dus vanuit een gunstig standpunt kan je een prettige
compositie maken. Degenen die het schilderij zien kunnen
dezelfde werking herkennen. Met een bos kan je dat ook doen.
Harry haalt twee andere schilderijen te voorschijn.
Het is een tweeluik, dat samen een bos vormt.In het
midden kijk je tegen een grote stapel liggende stammen aan.
Om een bos een ruimtewerking te geven, schilder je
de ruimte tussen de bomen. De stapel stammen waar je
tegenaan kijkt zie je als cirkels van verschillende kleur
met ringetjes en tussen die cirkels zijn openingen.
Daar is de ruimtewerking van heel dichtbij opgemerkt.
Het rechtopstaande bos erachter heeft het omgekeerde.
De ruimte die wordt gesuggereerd in de onderlinge
afstand tussen de bomen stijgt op, terwijl de liggende
ruimte tussen de stammen je naar achteren verplaatst,
je gaat als het ware ook de ruimte voelen tussen die
stammetjes die horizontaal liggen. Het zijn twee
uitdrukkingen van ruimte als leegte, maar tegelijk
de beschikbaarheid van lege ruimte. Het is een spel
van vol en leeg, van beweging en rust. Met die twee
gegevens heb je ook te maken in relaties en in je
levenssituatie, maar dan op een psychologische manier.
Het valt me op dat je bij de gedichten die je maakt
en ook bij het schilderen heel erg gericht bent
om iets duidelijk te maken.
Het duiden door middel van een beeld is de opdracht van
een kunstschilder. Het beeldende is het leidmotief van
mijn leven, het is een van mijn talenten om uit te werken.
Dan komen er allerlei dingen ter beschikking.
Je doet het inderdaad met een overbubbelende energie.
Ja, dat is daarmee ontketend. Het gebruik maken van je
talent ontlokt een extra energie die door de dingen
heen gaat. Het is als een wisselwerking die dat hele
proces als het ware met grote kracht opstuwt en aanvuurt,
er komt vuur aan te pas. Maar vurig enthousiasme kan
op een gegeven moment overslaan naar overtuiging,
dan krijg je zoiets als het overtuigd zijn van een schip.
Dan heb je het te zwaar gemaakt aan één kant, te definitief.
Dat kan een belemmering zijn om het brede vlak van
mogelijkheden steeds open te houden. Dat beperkt je,
je helt steeds over naar één kant.
Zo springt Harry's geest van het ene beeld naar het andere,
het direct omdraaien van een bewering of een compositie is
voor hem heel gewoon, in feite een creatief proces, zegt hij.
Om dat te doen is een heel soepele geestesinstelling nodig.
En als je dan nagaat dat ik ben opgegroeid in een gezin
die Jehova-getuigen waren.
In mijn jeugd ben ik getraind om alleen uit dat hoekje te
denken, alleen dat was waar en alle rest onwaar. Toen ik
een jaar of 18 was, begon ik te luisteren naar andere mensen.
Dat mocht niet in die groep, want dan zou je kunnen gaan
twijfelen. Mijn schip is toen gekanteld. Ook de creatieve
impuls is heel sterk naar boven gekomen en er opende zich
een breed scala aan mogelijkheden. Toen heb ik allerlei
religies, stromingen, richtingen, het hele arsenaal wat op
dit gebied beschikbaar is onderzocht, ik heb boeken gelezen,
mensen bezocht, bijna alles afgewerkt. Pas heel laat ben ik
met Advaita Vedanta in contact gekomen: in 1994 toen ik
Alexander Smit ontmoette. Een tijdje was Sai Baba mijn
inspiratie. In het blad van die beweging stond een artikel
waarin Nisagardatta en het boek 'Ik Ben' werd genoemd,
dat net was verschenen. Dat boek was mijn eerste
kennismaking met Advaita. Alle inzichten, alle
mogelijkheden om te zijn en vrij te zijn die ik had
verzameld explodeerden in die grote mogelijkheid tot
vrijheid. Toen wilde ik iemand ontmoeten die
Nisagaradatta bij zijn leven had gekend. Zo kwam ik bij
Alexander Smit terecht, die het langste bij hem was geweest.
Mijn eerste bezoek was de eerste satsang die Alexander Smit
na een rustperiode van jaren in Amsterdam gaf. Ik herinner
me nog dat hij in een kerkje aan een grachtje door een gat in
de muur tevoorschijn kwam. 'Dag lieverds' zei hij. Hij bleef
me toen een hele tijd aankijken zonder iets te zeggen.
Naderhand begreep ik pas dat hij Advaitaleraar was.
Ik dacht dat hij gewoon een man was die Nisagardatta
in India had ontmoet. Maar, met hem heb ik nooit een
leraar-leerling verhouding gehad. Hij zei ook steeds dat
hij geen leerlingen wilde hebben. Later hoorde ik dat hij
wel een heel klein groepje leerlingen had. Er kwamen heel
veel belangstellenden, maar heel weinigen waren zijn
leerling. Dus heel anders dan Douwe met de Kring.
Ik ging regelmatig naar de bijeenkomsten. Op een bepaald
moment waren er thuis problemen, er was sprake van een
scheiding, toen heeft hij me gezegd voorlopig niet te komen
en het thuis eerst op te lossen. In het dagelijkse hier en nu
moet je immers leven, anders zou het bezoeken van de
bijeenkomsten een vlucht zijn. Daarna ben ik een heleboel
jaren niet bij hem geweest. Toen het thuis, in ieder geval
voor mij, wat was opgelost, wilde ik contact met hem
opnemen om naar hem toe gaan. In precies die week is
hij overleden.
Het gebeurde wel vaker dat hij mensen wegstuurde, daar
hadden ze dan meer aan. Hij heeft als het ware het
schoffelwerk gedaan, het eerste opruimen van dingen.
Want wat verzamel je niet in je leven, allerlei belemmeringen
die je op het verkeerde been zetten of afhouden van het
openkomen van dat onbegrensde.
Dat zit je dan steeds in de weg, dan heb je niet in de gaten
dat je een standpunt inneemt. Het is te laag, of te beperkt,
maar dat zie je zelf niet.
Je hebt dan iemand anders nodig om die afstand in te schatten
zodat je in wat gunstiger positie komt om die psychologische
verwikkelingen waar al die aannames toe leiden los te halen.
Aanhakend op die mooie uitleg van Douwe ben ik dat later
wel de persoons-ik-verknoping gaan noemen. Al die draadjes
zijn aan elkaar verknoopt en vormen een soort kluwen.
Die ga je dan uit elkaar rafelen, los maken, zodat de stroming
door kan lopen in plaats van te stagneren.
Die kluwen ontwarren is het eigenlijke werk.
Je bent na het overlijden van Alexander
bij Douwe terechtgekomen?
Ja. De eerste avond dat ik naar hem toeging liet ik Douwe
een aantal schilderijen zien. Hij zei toen: wis al die beelden
en ook de betekenissen ervan, leer liefde op te vatten voor
de leegte die daar achter ligt. Dat was het eerste dat hij
tegen mij zei. Ik had die avond meteen een ingrijpende
ervaring. Ik had het gevoel mijn lichaam te verliezen
en daarmee was ook een heel stuk persoonlijkheid
verdwenen. Dat was een buitengewoon mooi standpunt,
ik was nergens meer op gefocust. Het lichaam moest door
minder op de voorgrond te treden wel een ander soort
positie aannemen. De begrenzingen gingen vervagen,
op een gegeven moment ging ik daarin mee en toen was
er lichaamsloosheid. Dat is een heel mooi begin geweest.
Toen was het een verrassing voor me, min of meer iets
nieuws. Later raak je eraan gewend en dan ga je vanuit
dat standpunt meer dingen zien, het wordt in het gewone
ingebed. Eigenlijk kan ik een dergelijke beweging steeds
in mijn leven herkennen. Als jongen zocht ik naar het bijzondere.
Ook artistiek heb ik lang gezocht naar iets
unieks en eenmaligs, tot er een andere beweging kwam,
naar het gewone. Daar zat als het ware een nieuwe
mogelijkheid tot verruiming: als je gaat beseffen dat je
bewustzijn bent die alle mogelijkheden in zich heeft.
Dat is nu geactiveerd en bewust open gelaten, zodat het
voortdurend door kan stromen en dat is eigenlijk het
centrale thema geworden.
Portretschilderkunst
Biografie weglaten
Gedichten
recent
werk Kubussen
Portretfase Advaita
inspiratie
diversen collages
honden mensen
bloemen
aanspanning
jachttaferelen
KWPN hengsten